-


Walden

umbrella project since 2016 





Steeds meer mensen trekken zich terug in de natuur en kiezen bewust voor een ‘eenvoudiger’ leven. Het is een verschijnsel dat zich alsmaar duidelijker manifesteert in de hedendaagse maatschappij. De natuur lijkt ons een mogelijkheid te bieden om even te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen en om onze gedachten te ordenen. Dat is helemaal geen nieuw inzicht. De mens is van oudsher gefascineerd door de verwoestende en oncontroleerbare, maar toch moederlijke natuur. Het spreekt dan ook voor zich dat het een geliefd thema is doorheen de kunstgeschiedenis. Pieter jan Martyn onderzoekt de natuur als toevluchtsoord in zijn nieuwste werk. 

Daar waar Martyns vroegere werk voornamelijk draaide rond het in vraag stellen en herinterpreteren van historische feiten schotelt de schilder ons nu doeken van een ander kaliber voor: bloemenportretten, bossen en andere vegetale motieven.
Zijn nieuwste schilderijen lijken op het eerste gezicht veraf te staan van zijn historische werken, maar niets is minder waar. Tussen wat oudere doeken die opeengepakt staan in het atelier van de kunstenaar sluimert er al een kiem voor deze nieuwe creaties. Zo staat er een monochroom werk met gestapelde doodshoofden. Laat bloemen en doodshoofden nu net hand in hand gaan als typische memento mori, kenmerkend voor de vanitasgedachte die we in het bijzonder terugvinden in stillevens uit de 17e eeuw. Martyn breekt ook niet met zijn historische getinte onderwerpen, integendeel. Hij blijft dit pad verder bewandelen, maar kiest er bewust voor om zo nu en dan een artistieke zijsprong te maken.
Met zijn bloemenportretten borduurt hij onoverkomelijk verder op een kleurrijke kunstgeschiedenis van het stilleven als genre. Toch ligt de bedoeling niet volledig in het verlengde ervan. Martyns bloemen en bossen laten zich niet zomaar samenvatten onder het concept van het stilleven. De werken laten zich, naar goede gewoonte, gewillig op verscheidene manieren interpreteren en kenmerken zich, ondanks hun uiterlijke eenvoud, door een inhoudelijke complexiteit. Niet de klassieke nature morte van weleer, maar stillevens met een kwinkslag.



S01 the heart is a lonely hunter
2017, 60x80 - acryl & charcoal on canvas


De bloemen doen in de eerste plaats denken aan de geschilderde motieven op oud vaatwerk of aan het florale behang in de woonkamers van onze grootouders. Ook in deze nieuwe werken duikt het ‘verleden’ op en blijkt nog maar eens een niet te bannen medespeler van de kunstenaar. Martyn heeft een onmiskenbaar proustiaans verlangen naar vervlogen tijden en het ongrijpbare mysterie dat eraan vastkleeft, zonder echter nostalgisch of melancholisch over te komen.
Martyns schilderijen gaan echter verder dan die eerste indruk. Wat de kunstenaar in het bijzonder interesseert is niet de bloem op zich, maar de manier waarop deze is opgebouwd, de symmetrie en herhaling. Figuren als Fibonacci exploreerden eerder al organische objecten en hun structuur, wat resulteerde in begrippen als de hoek en de spiraal van Fibonacci, maar ook de gulden snede. Dit zijn geen louter wiskundige constructies, maar ze komen eveneens voor in de natuur en vinden hun toepassing in de kunst. Het patroonmatige en vertrouwde van flora en vegetatie staan de kunstenaar toe om tijdens het schilderen tot rust te komen, te bezinnen en zich te herbronnen. Zijn bloemenschilderijen kunnen dan ook beschouwd worden als een ‘rustpunt’. Ze stellen de praktijk van het schilderen evenals het kunstenaarschap in vraag en zijn in dat opzicht metareflexief van aard.
Het principe van het ‘rustpunt’ kan vervolgens worden uitgebreid en getransponeerd van de microkosmos van de schilder en zijn praktijk naar het functioneren van de mens in de samenleving van vandaag.
De florale motieven en natuur in het algemeen kunnen met andere woorden symbool staan voor het zich afwenden van de hedendaagse maatschappij die gekenmerkt wordt door burgerlijkheid enerzijds en turbulentie anderzijds. De natuur is van oudsher een ‘locus’ die ons terugbrengt naar de essentie en een belangrijk decor voor escapistische zielen, niet enkel in de romantiek, maar ook in de dagelijkse werkelijkheid.
De kunstenaar legt zelf de link met het boek Walden van Thoreau. Net als de protagonist trekt de schilder zich als het ware terug in de ‘wildernis’ als zijnde tegengesteld aan de ‘geciviliseerde’ maatschappij die hem omgeeft. Hij doet dit vanuit een bepaalde ontevredenheid en zelfs ongelukkigheid tegenover het systeem. Zoals zovelen heeft hij het gevoel de steeds stijgende prestatiedrang niet te kunnen bijbenen en bijgevolg ook niet te voldoen aan het zelfdestructieve verwachtingspatroon. Net zoals bij de protagonist in Walden is deze toevlucht tot de natuur echter geconstrueerd; een mentale oefening zo je wil.
Thoreau schrijft: “I find it wholesome to be alone the greater part of the time. To be in company, even with the best, is soon wearisome and dissipating. I love to be alone. I never found the companion that was so companionable as solitude.” Hij beschrijft hiermee het individualisme waarmee we in het leven staan en waardoor we zo dikwijls eenzaamheid ervaren, ook in een groepsgebeuren. Slechts wanneer men werkelijke alleen is, kan de zogenaamde eenzaamheid door afzondering als een vertrouwde vriend en als heilzaam. Het is een solitude die onontbeerlijk is in onze relatie met een veeleisende levensomgeving.

De bezonnen manier waarop de kunstenaar het onderwerp benaderd, met name zijn focus op de composities en de onvermijdelijke leegtes ertussen en niet op de bloemen of vegetatie an sich, staat hem toe volledig af te stappen van een resultaatgerichte werkwijze. Martyn schildert niet meticuleus bloem voor bloem, maar richt zich op patronen en structuur. Door een ongedwongen toets en gelaagde techniek slaagt Martyn erin om de complexe opbouw van een werkelijke bloem te suggereren.
Hij hanteert steeds de vertrouwde techniek die zijn doeken van een herkenbare signatuur voorzien. De schilderijen worden aanvankelijk vrij coloristisch aangezet en daarna steeds opnieuw oversaust met transparante grisailletinten. Hij bekomt een sterke gelaagdheid door iedere verflaag te fixeren met transparante acryl. Soms schuurt hij terug tot op de vorige beeld of nog dieper. De beelden zitten gevangen onder een melkachtige sluier waardoor hij een soort holografisch, gepolijst effect bekomt. Het zijn ongrijpbare taferelen waarbij een zekere afstand duidelijk voelbaar is. Met die kenmerkende techniek onderlijnt hij het enigmatische, reflexieve aspect van zijn schilderijen. Het werk van Pieter jan Martyn is fascinerend ondoorwaadbaar, net als zijn gesuggereerde bossen.  - Wouter Verbeke,  Art critic








J01 the boundery between the internal body and the external world
2020, 40x60 - acrylic, charcoal & wax on canvas






J02 a solution to an issue
2017, 20x20 - acryl & charcoal on canvas




N01 Otis' intervention
2018, 20x20 - acrylic, charcoal & wax on canvas
- private collection




19.08.2018 They say I am the cutest boy in town
2018, 70x100 - acryl & charcoal on canvas
- private collection





O01 the candy coloured clown
2018, 100x120 - acryl & charcoal on canvas
- private collection






S01 the nature of gothic
2017, 70x90 - acryl & charcoal on canvas






M02 the odd life of william morris
2017, 30x40 - acryl & charcoal on canvas
- private collection




J02 petrarca was right
2017, 30x40 - acryl & charcoal on canvas
- private collection





J02 the sum of all fears
2017, 30x40 - acryl & charcoal on canvas
- private collection





all rights reserved   ©  Pieter jan Martyn 
Mark